Bijbelse Waarheden
Abonneren

 De vijand, de strijd en de winnaars (PDF) PDF-Versie

 De vijand, de strijd en de winnaars



Ik geloof dat weinig mensen willen horen over oorlogen, strijd en vijanden. En toch zullen we het erover eens zijn dat, wanneer deze zaken bestaan, het ergste wat je kan doen is ze te negeren en te leven met de illusie dat dit alles niet bestaat. Het Woord van God spreekt over een vijand, de duivel genaamd en over een strijd die plaats vindt tegen hem. Bovendien suggereert de Bijbel in geen geval dat wij onwetend zouden moeten blijven aangaande deze vijand en zijn technieken. Zoals 2 Korinthe 2:10,11 zegt:

“opdat de satan op ons geen voordeel zou behalen. Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.

Onwetendheid aangaande de duivel en zijn gedachten is niet wat de enige, ware God van ons verwacht. Zijn gedachten zijn ons NIET onbekend, zegt het Woord. Hier van uitgaande zullen we proberen te onderzoeken wat het Woord zegt over onze vijand, de strijd tegen hem en hoe we staande kunnen blijven.

1. De twee machten.

Het feit dat er twee tegenovergestelde machten in actie zijn, blijkt duidelijk uit Kolossenzen 1:12-14 waar over christenen wordt gezegd:

“Hij [de Vader] heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”

En in Handelingen 26:17,18 zegt Jezus Christus tot Paulus, sprekend over zijn zending:

“en Ik zal u verlossen van dit volk en van de heidenen, naar wie Ik u nu zend, om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van de zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij.”

Efeze 5:8 spreekt over ons en zegt:
“Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere;”

Zoals we uit deze schriftgedeelten kunnen zien, waren wij voorheen “duisternis” (Efeze 5:8) en in de “macht van satan” (Handelingen 26:17). Maar toen wij het Woord van God, betreffende Jezus Christus, hoorden en geloofden werden wij onvergebracht “van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God” (Handelingen 26:17). In Efeze 2:1-9 lezen we een samenvatting van onze oude en nieuwe staat.

Efeze 2:1-3
“Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.”

Dit mag dan een heel slechte toestand zijn, het is niet onze huidige staat omdat het niet ophoudt met bovenstaande. Het Woord gaat verder met te vertellen wat God gedaan heeft:

Efeze 2:4-9
“MAAR GOD, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”

Een ieder van ons was eens onder de macht en invloed van de geest “die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid” d.w.z de duivel. Voorheen waren wij allen in complete duisternis. Toch, wij geloofden in de Heere Jezus Christus en zijn opstanding en dit geloof redde ons (Romeinen 10:9). Hoewel wij dood waren in onze overtredingen, heeft God ons met Christus levend gemaakt en met Hem opgewekt. Maar waar zijn alle andere mensen die nog niet geloofd hebben? Waar wij ook waren: d.w.z in duisternis en onder de macht van satan. Zoals 2 Korinthe 4:3,4 zegt:

“Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die verloren gaan. Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen”

Wie is de god van deze eeuw die mensen verblindt zodat ze de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus niet kunnen zien? Kennelijk is het degene die ons ook verblind had d.w.z de duivel.

Bovendien zegt 2 Timotheüs 2:25,26:
“Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen.”

Wij waren ook in deze staat maar zijn dat niet langer. Wij zijn vrijgezet door God en overgezet van de duisternis in het licht en van de macht van Satan naar God. En toch betekent dit niet dat we niet langer met de duivel te doen hebben. God en de duivel zijn vijanden en er heerst een oorlog tussen hen. Zodoende is er een strijd die wij moeten strijden.

2. De strijd

De strijd waar wij het hier over hebben is beschreven Efeze 6:10-18, waar we lezen:

“Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.”

We zien dus dat er een strijd is tussen ons en de duivel met zijn kamp. Het is niet een strijd tegen vlees en bloed, d.w.z tegen mensen, maar tegen “overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” Gelukkig zijn wij niet onbeschermd in deze geestelijke strijd. God heeft ons een wapenrusting gegeven die het ons mogelijk maakt succesvol te strijden. Verzen 13-18 geven ons een gedetailleerde beschrijving:

Efeze 6:13-18
“Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.”

De wapenrusting is niet van ons. Het is de “wapenrusting van God”. Hij heeft ons die gegeven, om de geestelijke strijd te kunnen strijden. Het wordt daarom niet van ons verwacht om de wapenrusting te maken maar om die simpelweg aan te nemen. Wanneer we dit doen kunnen we weerstand bieden op de dag van het kwaad en na alles gedaan te hebben, stand houden.

Meer informatie over de geestelijke strijd en in het bijzonder over de wapens die God ons hiervoor gegeven heeft, vinden we in 2 Korinthe 10:3-5:

“Want al wandelen wij in het vlees, wij voeren geen strijd naar het vlees. De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus”

Opnieuw wordt ons hier verteld over een strijd die niet vleselijk is, met wapens die niet vleselijk zijn. Als de strijd niet vleselijk is betekent dat dat het een geestelijke strijd is d.w.z het is de strijd van Efeze 6. Daar lezen we over de wapenrusting die God ons geeft om aan te doen en stand te houden tegen de listen van de duivel. Hier leren we dat de wapens die God ons geeft voor geestelijke strijd niet vleselijk zijn maar “krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus”.

Zodoende is de conclusie uit bovenstaande schriftgedeelten dat er een strijd is die niet vleselijk is maar geestelijk. Dit is een vaststaand feit. Het is de waarheid die God verklaard heeft voor ons voordeel. Of dit ons aanstaat of niet, het is de waarheid. Of we de strijd aangaan of niet, verandert niets aan het feit dat er een strijd bestaat. Het enige wat van ons afhangt is het resultaat. Of we negeren de strijd en nemen de wapenrusting niet aan, in welk geval we verslonden zullen worden door de vijand (1 Petrus 5:8,9), of we nemen de wapenrusting wel aan en weerstaan de vijand, in welk geval we in staat zijn te overkomen.

3. Vervolging, beproeving en bevrijding

De geestelijke strijd gezien hebbend, laat ons nu verdergaan en zien wat dit voor ons inhoudt in de praktijk. Sinds we in een strijd gewikkeld zijn met de duivel mag het duidelijk zijn dat er handelingen zijn van zijn kant. We beginnen in Johannes 15:18-21:

[Jezus spreekt tot de discipelen] “Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft. Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u. Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een slaaf is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen. Maar al deze dingen zullen zij u aandoen omwille van Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen Die Mij gezonden heeft”

Zoals we kunnen zien is er een verschil tussen “in de wereld” te zijn of “van de wereld”. Het is duidelijk dat, terwijl de discipelen (en wij dus ook) in Johannes 17:11 beschreven worden als “in de wereld” zijnde, we hier beschreven worden als niet “van de wereld”. Dat is werkelijk een heel groot verschil omdat diegenen die “van de wereld” zijn een compleet andere heerser hebben dan wij, die niet “van de wereld” zijn. Wie is het die heerst over diegenen die “van de wereld” zijn? We zien dit in Johannes 14:30, waar Jezus tegen zijn discipelen zegt1:

“Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.”

Ook zegt 1 Johannes 5:19:
“Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt.”

Wij Christenen, zijn uit God. Hij is onze HEERSER, onze HEER. Hij is echter niet “de vorst van deze wereld”. Integendeel, zoals de tekst zegt, de hele wereld ligt IN HET BOZE, d.w.z de duivel, de “god van deze eeuw” uit 2 Korinthe 4:4 en “de vorst van deze wereld” uit Johannes 14:30. Dit is de reden waarom Jezus Christus ons waarschuwt voor vervolging door de wereld. Sommigen in de wereld hielden vast aan Zijn Woord en volgden Hem. Anderen ontkenden het Woord en vervolgden Hem. Het is vandaag de dag nog steeds hetzelfde. Sommigen horen het Woord van God, geloven het en worden overgezet van “de macht van Satan naar de macht van God”. Anderen ontkennen het en vervolgen ons2. Echter het feit dat we vervolgd kunnen worden betekent niet dat we de moed moeten verliezen. Zoals Jezus zei in Johannes 16:33:

“Deze dingen heb ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.”

Jezus Christus vertelt ons simpelweg dat we in deze wereld verdrukking zullen hebben. Maar hij stopt hier niet en bemoedigt ons wanneer Hij zegt: “heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.” Dat niet alleen, Hij die de wereld heeft overwonnen, is nu in ons. Kolossenzen 1:27 vertelt ons:

“Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.” (De Nieuwe Bijbelvertaling)

Ook zegt 2 Korinthe 13:5 in de vorm van een vraag:
“Of weet u niet van uzelf dat Jezus Christus in u is?”

Christus, degene die de wereld overwon, is nu in jou. Zoals 1 Johannes 4:4 zegt:

“Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is”.

Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is: de duivel. Natuurlijk zal er vervolging en beproeving zijn. Het Woord is hierover erg duidelijk. Maar het stopt daar niet, de bevrijding van de Heere zal er ook zijn. Zoals Paulus zei in 2 Timotheus 3:10-12, als een persoonlijke getuigenis:

“Maar ú hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding, in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost. En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.”

Wie zegt dat wij, omdat we Christenen zijn, geen vervolging zullen hebben? Het Woord in ieder geval niet, want hier staat het, zwart op wit: “allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden”. Laten we ons daarom niet ellendig voelen wanneer vervolging ons overkomt, want het overkomt alleen hen die werkelijk met God wandelen en “godvruchtig willen leven in Christus Jezus”. Dit betekent natuurlijk niet dat we in ons leven alleen vervolging zullen hebben. Paulus onderging vele beproevingen en vervolgingen maar hij zegt: “uit die alle heeft de Heere mij verlost”. Vervolging is slechts een kant van de medaille. De andere kant is de bevrijding van de Heere. Zoals Paulus enkele verzen later getuigt:

2 Timotheüs 4:16-18
“Bij mijn eerste verdediging was er niemand die mij bijstond, maar zij hebben mij allen verlaten. Moge het hun niet toegerekend worden. Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost. En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.”

De norm is hier dat de hele familie, de hele gemeente van God3 je bijstaat en jij hen. Maar helaas gebeurt dit niet altijd, zoals we hier zien, omdat het ervan af hangt of elk lid van de familie in de geest (de nieuwe natuur) wandelt of met het vlees (de oude natuur). In het geval van Paulus had iedereen hem verlaten. Een man die zo hard had gewerkt voor God, Zijn volk had gediend, hen gesterkt had en het Woord van God kenbaar had gemaakt, werd door allen verlaten, behalve een: de Heere was de enige die hem bijstond. Hij is inderdaad de enige waarvan we kunnen verwachten dat Hij ons getrouw bijstaat, zoals Hij beloofd heeft in Hebreeën 13:5,6:

“Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten. Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”

Alle anderen zouden je kunnen verlaten. Ze kunnen je loslaten. Maar de Heere zal je nooit verlaten en je altijd bijstaan. Zoals Paulus met vrijmoedigheid zei: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk.” Eveneens lezen we in Romeinen 8:35-37:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.”

Zegt deze laatste zin dat er geen vervolging zal zijn? NEE, het zegt dat we in beproevingen meer dan overwinnaars zullen zijn. Dit zal gebeuren in: honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard etc. Wie zegt dat al deze dingen niet zullen gebeuren omdat wij Christenen zijn? Zeker niet het Woord. Het Woord zegt dat we “in dit alles” [en dat betekent dat dit ons kan overkomen] meer dan overwinnaars zullen zijn “door Hem die ons heeft liefgehad.”

Zodoende: er is een geestelijke strijd die we moeten aangaan. In deze strijd zijn wij niet onbeschermd maar hebben we de wapenrusting Gods, Zijn geestelijke wapens. We hebben ook een God die groter is dan wie dan ook en gespecialiseerd is in onze bevrijding van de listen en verzoekingen van de duivel. Wanneer de vorst van deze wereld jouw vervolging veroorzaakt, wees dan niet ontzet. Dit is absoluut normaal en het betekent dat zijn koninkrijk problemen met jou heeft. Blijf getrouw aan God in deze moeilijkheden want 2 Petrus 2:9 zegt: “dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen4”. Ga door met het doen van Zijn wil, wijk in niets af van het geloof en, zoals Romeinen 16:20 zegt: “En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren.”

Anastasios Kioulachoglou

 



Voetnoten

1.Zie ook Johannes 12:31, 16:11

2.We moeten hier opmerken dat vervolging niet alleen komt van deze wereld maar ook van mensen die claimen Christen te zijn maar nog naar het vlees wandelen (de oude natuur), van welke de werken beschreven zijn in Galaten 5:9-21

3.Paulus spreekt hier over de gemeente. De mensen van de wereld waren nooit met hem geweest en konden hem dus ook niet verlaten.

4.Wanneer we 2 Timotheus 3:2 naast 2 Petrus 2:9 leggen hebben we een compleet beeld aangaande de vervolging van de goddelijken. Dus: “En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden” . Dat is het werk van de duivel: vervolging. Maar aan de andere kant hebben we: “dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen”. Dat is God's werk: bevrijding.