Bijbelse Waarheden
Abonneren

De doeltreffendheid van gebed (PDF) PDF-Versie

De doeltreffendheid van gebed



Een van de zaken waarover God regelmatig spreekt in de Bijbel is gebed. Zo lezen we in 1 Thessalonicenzen 5:17:

1 Thessalonicenzen 5:17
“Bid zonder ophouden.”

Kolossenzen 4:2 raadt ons aan:
“Houd sterk aan in het gebed, en wees daarin waakzaam met dankzegging.”

1 Petrus 4:7 vertelt ons:
“ wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.”

En Romeinen 12:12 herhaalt:
“Volhard in het gebed.”

Behalve deze schriftgedeelten – en er zijn er nog veel meer in het Woord1 – die ons opdragen continu te bidden, volhardend en zonder ophouden, zijn er andere gedeelten die de doeltreffendheid van gebed duidelijk maken d.m.v voorbeelden van mensen die baden. Deze schriftgedeelten zijn het die het onderwerp zijn van deze studie. We beginnen in Handelingen 12.

Handelingen 12:1-16

Beginnend in Handelingen 12: 1-4 lezen we:

Handelingen 12:1-4
“Omstreeks die tijd sloeg koning Herodes de hand aan sommigen van de gemeente om hen kwaad te doen. En hij doodde Jakobus, de broer van Johannes, met het zwaard. En toen hij zag dat het de Joden welgevallig was, ging hij verder door ook Petrus te grijpen (het waren de dagen van de ongezuurde broden); en toen hij ook die gegrepen had, zette hij hem in de gevangenis en gaf hem over aan vier wachten, elk bestaande uit vier soldaten, om hem te bewaken, omdat hij hem na het Pascha wilde voorleiden aan het volk.”

Wat betreft de Herodes hier vernoemd, hij was de kleinzoon van de Herodes die Jesus vervolgde toen hij nog klein was (Mattheus 2) en die “bracht al de jongetjes om die er binnen Bethlehem en in heel dat gebied waren, van twee jaar oud en daaronder”. (Mattheus 2:16). Hij was eveneens de neef van Herodes, de viervorst die Johannes de Doper onthoofde, en Jezus “gehoond en bespot had, deed (hij) Hem een sierlijk gewaad om en stuurde Hem terug naar Pilatus” [om Hem nog meer te bespotten] (Lukas 23:11) voor Zijn kruisiging. Het lijkt er daarom op dat hij al het kwaad van zijn grootvader en zijn oom geërfd had want hij doodde Jakobus, een van de twaalf. Toen hij zag dat dit de Joden goed beviel arresteerde hij ook Petrus, die hij aan het volk wilde voordragen en daarna kennelijk ook wilde doden. Maar Herodes had het niet goed berekend want vers 5 vertelt ons:

Handelingen 12:5
“Petrus werd dus in de gevangenis bewaakt; MAAR door de gemeente werd voortdurend voor hem tot God gebeden.”

De koning stelde een heleboel gewapende mannen aan om Petrus te bewaken. Hij dacht zodoende Petrus' vrijlating onmogelijk te maken. Maar hij niet gerekend met het feit dat, hoewel Petrus gevangen was, de gemeente onafgebroken voor hem tot God bad. Herodes kon dit niet stoppen en kon zodoende God niet verhinderen deze gebeden te verhoren. Want zie wat er vervolgens gebeurd:

Handelingen 12:6-7
“Toen Herodes hem zou voorleiden, sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten, geboeid met twee ketenen; en de bewakers voor de deur bewaakten de gevangenis. En zie, er stond een engel van de Heere en er scheen een licht in het vertrek”

Herodes had genoeg maatregelen getroffen om Petrus' ontsnapping te voorkomen. Hij was tussen twee soldaten in, geboeid met ketenen. Waar hij ook heen wilde, zij zouden moeten toestemmen! Bovendien, alsof dit nog niet genoeg was, stonden er ook nog twee bewakers voor de deur! En toch, hoewel Herodes een grote militaire macht had ingeschakeld om Petrus te bewaken; dit was niets in vergelijking met God en ZIJN kracht! Want zie wat de Heere deed:

Handelingen 12:7-11
“En zie, er stond een engel van de Heere en er scheen een licht in het vertrek, en door Petrus in de zij te porren, wekte hij hem en zei: Sta snel op. En zijn ketenen vielen van zijn handen af. En de engel zei tegen hem: Doe uw gordel om en bind uw sandalen aan. En hij deed dat. En hij zei tegen hem: Sla uw bovenkleed om en volg mij. En hij ging naar buiten en volgde hem, en hij wist niet dat het werkelijkheid was wat er door de engel plaatsvond, maar hij dacht dat hij een visioen zag. En toen zij langs de eerste en tweede wacht gegaan waren, kwamen zij bij de ijzeren poort die naar de stad leidt; die ging vanzelf voor hen open. En toen zij naar buiten gegaan waren, liepen zij één straat verder, en meteen ging de engel van hem weg. En toen Petrus tot zichzelf gekomen was, zei hij: Nu weet ik werkelijk dat de Heere Zijn engel uitgezonden heeft en mij verlost heeft uit de hand van Herodes en uit alles wat het Joodse volk verwachtte.”

Velen denken dat de bewakers wel in slaap moeten zijn geweest zodat dit alles kon gebeuren. Maar waar zegt de Bijbel dit? Nergens! In tegendeel, de Bijbel zegt dat Petrus degene was die sliep – tussen twee soldaten in – en dat de wachters voor de deur “de gevangenis bewaakten.” Wat dit laatste betreft, denk je dat het Woord zou zeggen dat zij de gevangenis bewaakten als ze sliepen? Ik denk het niet, want wat voor bewaking zou dat zijn geweest? In ieder geval, ik weet niet hoe God het deed maar ik weet dat Hij het deed; Hij verloste Petrus “uit de hand van Herodes en uit alles wat het Joodse volk verwachtte.”

Handelingen 12:5
“Petrus werd dus in de gevangenis bewaakt; MAAR door de gemeente werd voortdurend voor hem tot God gebeden.”

Zie je het woord “maar”? Het laat ons het wapen zien wat bebruikt werd tegen het feit dat Petrus gevangen was. Dit wapen was gebed. De gemeente bad voortdurend en God bracht het onmogelijke tot stand, versloeg Herodes en verlostte Petrus van zijn bezoeking.

2 Koningen 6:11-22

Bovenstaand voorbeeld is niet het enige waarin we zien dat God Zijn volk verlost in antwoord op hun gebed. Een ander soortgelijk voorbeeld is in 2 Koningen 6. Daar zien we Elisa, een man van God, d.m.v wie God de plannen van de Syriërs aan de koning van Israël openbaarde. Hierdoor was de koning van Syrië zeer verontrust en riep een vergadering bijeen. Verzen 11 en 12 vertellen ons:

2 Koningen 6:11-12
“Toen werd de koning van Syrië innerlijk verbolgen over deze zaak. Hij riep zijn dienaren en zei tegen hen: Kunt u mij niet vertellen wie van ons voor de koning van Israël is? En een van zijn dienaren zei: Nee, mijn heer koning, maar Elisa, de profeet die in Israël is, maakt de koning van Israël de woorden bekend die u in uw slaapkamer spreekt.”

Alles wat de koning van Syrië zei en voorhad werd door God aan Elisa geopenbaard, die het vervolgens vertelde tegen de koning van Israël. De verzen 13-15 vertellen ons:

2 Koningen 6:13-14
“Hij zei toen: Ga op weg en kijk waar hij is, zodat ik er boden opuit kan sturen en hem kan laten halen. Hem werd daarop verteld: Zie, hij is in Dothan. Toen stuurde hij daar paarden en strijdwagens heen, en een groot leger. Die kwamen 's nachts en omsingelden de stad.”

We zien hier dezelfde gedachtegang van deze koning en Herodes: beiden probeerden de mannen van God gevangen te nemen en kwaad te doen met gebruik van grote militaire macht. De koning van Syrië zond “paarden, strijdwagens en een groot leger” tegen Elisa terwijl Herodes Petrus overleverde aan zestien bewakers. Zowel Herodes als de koning van Syrië dachten dat ze alle mogelijke maatregelen hadden getroffen om hun succes te verzekeren. Maar ze hadden beiden God en ZIJN plannen buiten beschouwing gelaten and faalden schaamteloos. We zagen dit al eerder wat Herodes betreft en we zullen dit nu zien wat betreft de koning van Syrië. In vers 15-16 zien we:

2 Koningen 6:15-16
“De dienaar van de man Gods stond heel vroeg op en ging naar buiten, en zie, een leger met paarden en strijdwagens omringde de stad. Toen zei zijn knecht tegen hem: Ach, mijn heer! Wat moeten wij doen? Hij zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn.”

Elisa's antwoord op wat deze knecht zei laat zien dat, ofwel de knecht had een probleem met zijn zicht en kon diegenen die met hen waren niet zien, ofwel Elisa had ongelijk. Zoals we zullen zien geldt het eerste. De reden was niet dat de knecht een probleem had met zijn letterlijk gezichtsvermogen maar omdat hij alleen zijn natuurlijk gezichtsvermogen gebruikte. Maar dit is niet het enige gezichtsvermogen wat iemand kan hebben. In werkelijkheid kan er, behalve een natuurlijk beeld van een situatie, ook een geestelijk beeld zijn. Wanneer dit genegeerd wordt zullen de conclusies onbetrouwbaar zijn. Blijkbaar had deze knecht deze geestelijke dimensie genegeerd en moest dit nu in beschouwing nemen. Vers 17 vertelt ons hoe dit gebeurde:

2 Koningen 6:17
“En Elisa bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.”

Elisa bad en de Heere beantwoorde zijn gebed en deed wat Elisa gevraagd had: Hij opende de ogen van deze knecht om een geestelijk perspectief te hebben van de situatie. Echter, er moest nog meer bebeuren om met deze Syriërs af te rekenen. We zagen in het begin hoe de koning werd geinformeerd over zijn positie. Daardoor wist het Syrische leger precies wie ze zochten. Wat deed Elisa hiermee? Verzen 18-20 vertellen ons:

2 Koningen 6:18-20
“Toen de Syriërs naar hem afdaalden, bad Elisa tot de HEERE en zei: Sla dit volk toch met blindheid. En Hij sloeg hen met blindheid, overeenkomstig het woord van Elisa. Toen zei Elisa tegen hen: Dit is de weg niet en dit is de stad niet. Volg mij, dan zal ik u naar de man brengen die u zoekt. En hij bracht hen naar Samaria. En het gebeurde, toen zij in Samaria aangekomen waren, dat Elisa zei: HEERE, open de ogen van deze mannen, zodat zij zien. En de HEERE opende hun ogen, zodat zij zagen; en zie, zij waren midden in Samaria.”

Zoals we hier zien opent God niet alleen de ogen voor het geestelijke, onzichtbare maar Hij sluit ook de ogen voor het natuurlijke, zichtbare! De Syriërs wisten precies wie ze zochten. En toch, terwijl hij recht voor hen stond konden ze hem niet zien!! En dat niet alleen. Zij bevonden zich in Samaria, de hoofdstad van hun vijand! Hoe was dit alles gebeurd? Elisa bad en de Heere sloeg hen met blindheid. Hun ogen werden alleen geopend toen zij in Samaria aangekomen waren en alleen nadat Elisa hiervoor gebeden had. Verzen 21-23 vertellen ons wat er gebeurde nadat zij in handen van de koning van Israël gevallen waren.

2 Koningen 6:21-23
“Toen hij hen zag, zei de koning van Israël tegen Elisa: Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, mijn vader? Maar hij zei: Dood hen niet! Zou u hén doden die u met uw zwaard en met uw boog gevangengenomen hebt? Zet hun brood en water voor, dan kunnen zij eten en drinken en terug gaan naar hun heer. Hij bereidde daarop een grote maaltijd voor hen, en zij aten en dronken. Daarop stuurde hij hen terug en gingen zij naar hun heer. En de benden van de Syriërs kwamen niet meer in het land Israël terug.”

Samenvattend: een groot leger trok op tegen Elisa. In antwoord daarop en nadat hij de situatie uit geestelijk oogpunt beschouwd had, bad hij en sloeg de Heere hen met blindheid. Vervolgens leidde hij hen naar Samaria, de hoofdstad van Israël, bad opnieuw en de Heere opende hun ogen en zij zagen waar zij waren. Wie deed al deze geweldige dingen? De Heere. Wat maakte dat de Heere dit alles deed? Elisa's gebed. Daarom zegt het Woord: “Elisa BAD en DE HEERE...” deed aldus.

Meer voorbeelden van beantwoord gebed

Bovenstaande voorbeelden van doeltreffend gebed zijn niet de enigen.

Samuel en Johannes de Doper

Samuel, een groot man van God, was een antwoord op het gebed van zijn moeder. Zoals 1 Samuel 1:10-11 ons vertelt:

1 Samuel 1:10-11
“Bitter van gemoed bad zij [Hanna, de moeder van Samuel] tot de HEERE en zij huilde erg. Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.”

Hanna was in grote bezoeking . Wat deed zij? Ze bad en dat is precies wat Jakobus 5:13 ons vertelt te doen in zulk geval. Daar lezen we

Jakobus 5:13
“Is iemand onder u in lijden? Laat hij bidden.”

Hanna was in groot leed, zij bad en we hoeven slechts naar vers 20 te gaan om te zien wat het resultaat was.

1 Samuel 1:20
“Het gebeurde na verloop van dagen dat Hanna zwanger werd. Zij baarde een zoon en gaf hem de naam Samuel2, want, zei ze, ik heb hem van de HEERE gebeden.”

Samuel was van de Heere gevraagd. Zijn naam zelf zegt dat hij een antwoord op gebed was.

Hij was niet de enige die een antwoord op gebed was. Hetzelfde gebeurde met Johannes de Doper. Toen de engel aan Zacharias, Johannes' vader, verscheen, vertelde hij hem:

Lukas 1:13
“Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven.”

De geboorte van Johannes de Doper was een antwoord op het gebed van zijn vader Zacharias – en natuurlijk de vervulling van de profetieën betreffende zijn komst als de voorbode van de Heere Jezus Christus (Maleachi 4:5-6, Lukas 1:15-17) – precies zoals de geboorte van Samuel een antwoord op het gebed van zijn moeder was.

Cornelius

Vervolgens is er Cornelius, de niet-Joodse centurion die we allemaal wel kennen en in wiens huis het voor het eerst bevestigd werd dat “God dus ook aan de heidenen de bekering gegeven [heeft die] tot het eeuwig leven leidt” (Handelingen 11:18). Maar weet je ook hoe het kwam dat Petrus naar zijn huis ging om het Woord van God tot hem te spreken?

Handelingen 10:3-5
“Hij [Cornelius] zag in een visioen duidelijk, ongeveer op het negende uur van de dag, dat er een engel van God bij hem binnenkwam, die tegen hem zei: Cornelius! En hij hield de ogen op hem gericht en werd zeer bevreesd, en hij zei: Wat is er, heer? En de engel zei tegen hem: Uw gebeden en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God. Stuur nu mannen naar Joppe en ontbied Simon, die ook Petrus genoemd wordt.”

Petrus ging daar niet toevallig heen. Hij zag een visioen (Handelingen 10:9-20), en antwoorde positief op de uitnodiging van de centurion. Maar zie ook wat de engel tegen Cornelius zei toen hij aan hem verscheen: “Uw gebeden en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God.” Cornelius' gebeden werden door God verhoord. Zo werd hij verteld Petrus te halen die, zoals de engel zei, “zal woorden tot u spreken waardoor u zalig zult worden en heel uw huis” (Handelingen 11:14). En inderdaad, terwijl Petrus sprak tot de “velen die samengekomen waren” (Handelingen 10:27) in Cornelius' huis “viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden.....want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken” (Handelingen 10:44-46). Cornelius bad, God verhoorde zijn gebed en velen werden gered en manifesteerden de heilige geest door middel van spreken in tongen.

Handelingen 4:24-31

Eveneens in Handelingen zien we een ander voorbeeld van de kracht van gebed, in hoofdstuk 4 verzen 24-31. Petrus en Johannes waren net vrijgelaten uit de gevangenis waarin zij beland waren vanwege de prediking van de opstanding (Handelingen 4:2) en het verrichten van grote wonderen in Jezus' naam (Handelingen 3:1-7). Na hun vrijlating gingen zij naar de gelovigen en vertelden hen wat er gebeurd was. En wat deden de discipelen toen? Zij baden. In verzen 24, 29-30 lezen we:

Handelingen 4:24, 29-30
“En toen zij dat gehoord hadden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn..... Nu dan, Heere, sla acht op hun bedreigingen en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken, doordat U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en wonderen gebeuren door de Naam van Uw heilig Kind Jezus.”

Zij baden precies voor datgene wat de autoriteiten gestoord had (Handelingen 4:18) d.w.z met vrijmoedigheid het Woord spreken en wonderen doen in de naam van Jezus. Wat volgde op hun gebed? Vers 31 vertelt ons:

Handelingen 4:31
En toen zij gebeden hadden, werd de plaats waar zij bijeenwaren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord van God met vrijmoedigheid.

Zij baden voor vrijmoedigheid in het spreken van het Woord en wat denk je: zij spraken het Woord van God met vrijmoedigheid.

Conclusie

Concluderend: in dit artikel hebben we de doeltreffendheid van gebed bekeken zoals dat te zien is in verschillende schriftgedeelten. In elk van de gevallen zagen we hoe God krachtig optrad in antwoord op het gebed van Zijn mensen en Hij hun noden vervulde. Dit is natuurlijk niet iets wat alleen toen gebeurde. God handelt ook in deze tijd op dezelfde wijze; Hij vervult met Zijn overvloed en wijsheid alles wat wij Hem vragen in het gebed wat in overeenstemming is met Zijn wil. Zoals 1 Johannes 5:14 ons vertelt:

1 Johannes 5:14
“En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil.”

God hoort ons wanneer wij tot Hem bidden. Zoals Spreuken 15:8 ons vertelt, “het gebed van oprechten is Hem welgevallig.” Hij wacht erop, verlangt ernaar om het te beantwoorden, wanneer het inderdaad naar Zijn wil is. Wanneer deze voorwaarde vervult is kan niets Hem stoppen deze gebeden te verhoren, wat het ook vereist.

Anastasios Kioulachoglou

 



Voetnoten

1. De woorden bidden en gebed komen honderden malen voor in de Bijbel.

2. Het betekent “door God verhoord”.